home
 artists

 

Wjm Kok

.

 

 

for English text scroll down


In het werk van W.J.M. Kok zijn reeksen een opvallend terugkerend verschijnsel. Of het nu een rij uitvergrote kleurboektekeningen is - een reeks als 'Maxi-Color' uit 1990 was onlangs nog in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien - of een rij beschilderde tafels, zoals nu in Galerie Van Gelder getoond wordt, het wijkt ten opzichte van elkaar niet radicaal af.
Nieuw is wel het toepassen van een meer uitgesproken gebruiksvoorwerp als een tafel. Deze is even herkenbaar als een uitvergrote kleurboektekening, maar het driedimensionale karakter van de tafels geeft deze reeks een concrete aanwezigheid. Een reproductie uit een kleurboek is anders. Het is een afbeelding en niet een voorwerp op zich.
De kunstenaar heeft in deze tentoonstelling gekozen voor een aantal gekleurde tafels aan de muur in combinatie met twee reeksen van 26 A4 velletjes, die de titel 'A˛ - Z˛' dragen.
Het alfabet is per letter in een blok gezet. Iedere letter van het alfabet is 12 keer horizontaal en 12 keer verticaal getypt en uitgeprint. Zo ontstaat een gesloten serie van 26 aluminium lijstjes met computeruitdraaien. Een tafel en een alfabet zijn twee concrete zaken uit de werkelijkheid. Ze zijn gevonden en beide zijn bewerkt. De ene reeks met een verfkleur en de andere is een alfabet in een grafisch schema getypt. Heeft W.J.M. Kok eenmaal een keuze gemaakt om tot een werk te komen, dan zijn de verdere stappen een pure consequentie van zijn idee. De houten tafels zijn identiek en de kleur van ieder tafelblad - alsof het een monochroom schilderij betreft - heeft hij met felle diepverzadigde kleuren beschilderd.
Zo ontstaat een open reeks. Het kiezen overlaten aan de aard van bestaande of door hem bedachte systemen is kenmerkend.
En ook lucide. Zo heeft hij eerder een reeks tekeningen gemaakt op ruitjes-papier. Om en om zijn de middelste blokjes in een verticale lijn van boven naar beneden ingevuld met kleurpotloden van Caran d'Ache. Voor iedere kleur werd een apart vel papier gebruikt. Daarmee ontstond een nieuwe gesloten reeks van 50 kleuren, evenveel als het aantal beschikbare kleurpotloden in de doos. Voor hem is er dan sprake van volledigheid en noodzakelijkheid, voortkomend uit het idee en het gekozen materiaal. Deze drang naar volledigheid en noodzakelijkheid wordt door de kunstenaar zo minimaal en 'neutraal' mogelijk tot uitdrukking gebracht. In open reeksen wordt bijvoorbeeld de volgorde zo getoond, dat de ene kleur of vorm niet meer opvalt dan de andere. Op die manier ontstaat streng en sereen werk, dikwijls met een droog humoristische ondertoon.
W.J.M. Kok presenteert zijn werken alleen in reeksen, maar in de loop der jaren worden de delen verspreid over diverse collecties. Van een reeks is dan in het geheel geen sprake meer. Maar ook hier tolereert hij de logica die inherent is aan de specifieke wensen van de verzamelaar die valt voor een bepaald werk uit een reeks of serie. Een embargo leggen op het breken van een reeks is voor hem een keuze te ver. Als een individueel werk er uitgehaald wordt dan moet dat maar gebeuren. En dan moet dat gevierd worden als een ode aan het individuele werk en niet aan de serie, alhoewel volgens hem die individuele zegetocht juist te danken is aan de natuurlijke dwangmatigheid van de reeks waar het uitkomt. Hij zegt daarover: "Ik wil het belang van de delen niet opofferen aan het belang van de reeks. Ze kunnen niet zonder elkaar en ze zijn voor mij even belangrijk."







For more than 15 years the work of W.J.M. Kok holds a remarkable position. His work is related to the world of ideas of Minimalism and concept art, in which he manages to mingle humour and rigour in a self-evident way. In the Netherlands there is a long tradition of non-objective art, which is carried on by a younger generation of artists in which the work of W.J.M. Kok claims an extreme position, which actually can only to be related to non-Dutch artists like Olivier Mosset (USA/CH), Claude Rutault (F) and Pierre-André Ferrand(CH).

Significant to the art of W.J.M. Kok is his working with series. Such notice causes a problem right away when one wishes to enter into the core of his work, because in the first place he doesn't want to make 'art' with a preconceived goal. To the contrary, he wants to make things that are there by nature, in spite of the context in which these are placed. Secondly, the making of series is not an aim in itself, but a result of wanting to keep the work neutral and anonymous. He likes to create work, which is not hierarchic and which does not refer to uniqueness. Therefore in a formal sense he not only prefers to make use of different kinds of series, but also of simplicity and logics which are used in given and matter of fact structures around us.
In his exhibition at Galerie van Gelder aspects of form, context and logics are intermingled with each other into an open and sometimes playful unity. When entering the gallery one is overwhelmed by enormous ready-mades on the walls, which on one hand are monochrome planes as these can be found in the history of painting as paint on canvas and on the other hand are to be found as cash-and-carry in the supermarket. In the large space part of a series of polystyrene plates is shown in a row; a so called "closed series of 8 isolation plates, which are for sale in packages of eight pieces", as the artist says. A series of folded back sheets of aluminum foil from the kitchen is shown on another wall. These is a so called "open series" and is to be looked at as a worked on ready-made or a 'ready-made assisté' (a method ŕ la Duchamp). In a fourth piece of stretched fabric the elements of form, material and logics is once more applied in another unexpected way.